19e eeuw

Pulchri Studio B.J. van Hove

Achterdoek voor Les Martyrs, opera in 4 bedrijven van Donizetti, première 13 maart 1841. Stadsgezicht te Rome, door Bartholomeus Johannes van Hove. Collectie TIN.

In de tweede helft van de 19e eeuw doet de beeldende kunst in het Hofje van Nieuwkoop zijn intrede. Vóór die tijd was het al door veel prent- en kaartmakers vereeuwigd. Nieuw is dat schilders en beeldhouwers in het hofje kwamen wonen, werken, exposeren, vergaderen en feestvieren.

Als eerste kunstenaarbewoner van het regentengebouw komen we in de literatuur de schilder Van Hove tegen. De schrijver meldt naar aanleiding van een bezoek dat de schilder woonde op de begane grond en in de regentenzaal op de eerste verdieping werkte. We nemen aan dat we van doen hebben met Bartholomeus Johannes van Hove (1790-1880), die in belangrijke rol speelde in het Haagse schildersleven. Hij was in 1847 een van de oprichters van Pulchri Studio en was tot 1851 de eerste voorzitter van deze kunstenaarsvereniging. Als hoofddocent van de Haagsche Teeken-academie was hij de leermeester van onder meer Johannes Bosboom en Hendrik Weissenbruch.

Zelf schilderde hij in romantische stijl (fantasie)stadsgezichten en kerkinterieurs. Veel erkenning viel hem te beurt als decorschilder van de Haagsche Schouwburg. Zijn immense achterdoeken van 10 bij 8 meter imponeerden het theaterpubliek dat zich die avond in het oude Rome of een arcadisch berglandschap waande.

Pulchri Studio

B.J. van Hove: gezichten op Den Haag vanuit het noordwesten 1843. Links boven huisje, torentje van het regentenhuis (Collectie Haags Historisch Museum).

In 1861 betrok het schilderkunstig genootschap Pulchri Studio (latijn voor ‘beoefening van het schone’), het regentenhuis. De regentenzaal deed zowel dienst als tekenzaal als sociëteit. Binnen werd een biljart geplaatst en buiten in de tuin een kegelbaan, waarmee ‘een bron van pret en jool werd aangeboord’. De kunstenaars manifesteerden zich als ware bohémiens. Zij organiseerden tentoonstellingen, hielden lezingen en hieven met verve het glas.

Spraakmakend waren de feesten, zoals de Soirée Japonaise op 11 december 1886. De grootscheepse viering van de 70e verjaardag van Johannes Bosboom in 1887 was tevens Pulchri’s laatste samenkomst in het hofje. De huurovereenkomst was door het bestuur van het hofje opgezegd vanwege de voorgenomen uitbreidingsplannen. Pulchri Studio vond een nieuw onderkomen op de nabijgelegen Prinsegracht.


Na de verbouwing zullen zich opnieuw kunstenaars in het hofje vestigen. In 1890 gebruikte David Artz de regentenzaal als atelier, terwijl Carel Jacobus Behr in een van de huisjes woonde. Met zijn stadsgezichten en functie als decorschilder trad C.J. Behr in de voetsporen van zijn leermeester B.J. van Hove. De bekende kerkschilder Johannes Bosboom stoffeerde menig schilderij van Behr, waarna zij het werk beiden signeerden. Door de naam van Behr te verwijderen kwamen verschillende van deze co-producties als een hoger geprijsde ‘echte’ Bosboom op de markt.

Pulchri Studio

Artz: moeder en kind in de duinen

David Adolph Constant Artz (1837-1890) was een leerling en metgezel van Jozef Israels. Samen trokken zij de duinen in bij Zandvoort en later Scheveningen. Geliefde onderwerpen van Artz zijn strandgezichten en vissersinterieurs. Artz had weinig oog voor het harde bestaan van het vissersleven en voor de dramatiek van ‘de vis’, die in de woorden van de sociaal-realistische toneelschrijver Herman Heijermans, zo duur wordt betaald. Op de schilderijen van Artz schijnt meesttijds de zon en zijn de in klederdracht gehulde personages met een romantische waas omgeven.

Wie een Artz bezit: breng het ter veiling in de Verenigde Staten. Daar is zijn werk zeer gewild.

Pulchri Studio C.J, Behr 19e eeuw

Binnentuin Hofje van Nieuwkoop C.J. Behr (Collectie Haags Historisch Museum).