17e en 18e eeuw

Pieter Post

Duinlandschap met hooiberg 1633.
Schilderij van Pieter Post (Collectie Mauritshuis).

De historie van het hofje is van het begin af aan verweven met de kunst en haar beoefenaren. De stichter van het Hofje van Nieuwkoop, Johan de Bruijn van Buijtenwech, liet zijn wensdroom niet door de eerste de beste ontwerpen. Hij koos voor Pieter Post, één van de beroemdste architecten van zijn tijd. Post (1608-1669) was zijn loopbaan in de bouwkunde begonnen als assistent van Jacob van Campen, die hij onder andere terzijde stond bij de bouw van het Mauritshuis. Niet onmogelijk dat Johan de Bruijn hem op de bouwplaats heeft ontmoet, want zijn monumentale huis lag daar pal tegenover. De ster van Post steeg snel. In 1646 werd hij door prins Frederik Hendrik en zijn gemalin Amalia van Solms aangesteld als stadhouderlijk architect. In die functie tekende hij voor het Huis ten Bosch en de verbouwing van paleis Noordeinde. Als hoogtepunt in zijn oeuvre wordt het stadhuis van Maastricht gezien, dat in dezelfde periode als het hofje verrees.

Pieter Post Schouw Hofje van Nieuwkoop

Immenraedt portretteerde de eerste regentessen.
Pieter Roman is de houtsnijder van de schouw.

Dichter en tijdgenoot Jacob van der Does typeerde Post als “konstenaer in wereltsche Palleysen”. Minder bekend is dat Pieter Post ook een zeer verdienstelijk schilder was. Voor een wooncomplex speciaal bedoeld voor weduwen en bejaarde vrouwen “die ’t meeste gebreck… hebben, sonder aensien van wat religie selve souden mogen wesen” kent het hofje een aantal kostbare verfraaiingen.

Op de verdieping van het regentenhuis – eerder als speelhuys in gebruik genomen – bevindt zich onder een koepelvormig eikenhouten plafond de regentenkamer. Pronkstuk in deze opvallend lichte ruimte is de gigantische schouw in Lodewijk XIV-stijl. Boven de schoorsteenmantel, geflankeerd door twee houten Ionische zuilen met druivenranken, zien we een groot en kleurig schilderij van de hand van de Zuid-Nederlandse schilder Michel Angelo Immenraedt. Het is gedateerd 1661 en toont ons in dubbelportret Odila en Phillipine van Wassenaer, nichtjes van de oprichter. Zij waren de eerste regentessen van het hofje. Misschien is dat wel de verklaring waarom zij beiden heel allegorisch staan afgebeeld in de kledij van herderin.

Ooit is dit schilderij voor jaren in bruikleen gegeven aan het Gemeentemuseum. Na voltooiing van de grote restauratie in 1983 keerde het terug naar de plek waar het behoort; op de schoorsteenboezem van de regentenkamer. Het prachtige houtsnijwerk van de schouw komt op naam van Pieter Roman.

Ook de oude hoofdingang aan de Prinsegracht kent een bewogen geschiedenis. De gebeeldhouwde familiewapens van Johan de Bruijn en zijn echtgenote overleefden de Franse tijd (1795) niet.

Wapen hofje van Nieuwkoop Pieter Post

Joris Minnee verfraaide de poort aan de Prinsegracht
met barok beeldhouwwerk.

Deze zijn tijdens de restauratie opnieuw in de cartouche boven de poort geschilderd. Kennelijk hadden de vandalen het alleen op de adelijk aandoende familiewapens voorzien want de rest van het beeldhouwwerk van Joris Minnee is gespaard gebleven. Nog immer fleuren de putti (blote jongensengeltjes) het poortgebouw op en dragen zij de naam van de stichter met ere.

De rechtsgeleerde en dichter Jacob van der Does had niet alleen een lovend woord voor Pieter Post. In zijn in 1686 in Den Haag uitgegeven bundel “’s Graven-Hage, met de voornaemste plaetsen en vermaeckelijkheden” gedenkt hij Johan de Bruijn in het volgende gedicht:

Dit schonck voor weynich tyt uyt Goddelijck ontfermen
Den Heer van Nieucoop, naar sijn sterfdach aen den ermen
Wat dunckt u heeft die man zijn gelt niet wel besteet
Die soo veel zielen na zijn doot noch voet en kleet?

Pieter Post

Prent vermoedelijk van de hand van Iven Besoet.
Uitgegeven door Pieter van Os in 1763

In de 18e eeuw zijn een aantal fraaie gravures aan het hofje gewijd. Nevenstaande afbeelding komt uit de collectie van het Haags Gemeentearchief.

Lees ook: de hof in hoofdlijnen.