Het begin

de Bruijn van BuijtenwechHet Hofje van Nieuwkoop is in etappes tot stand gekomen.
Het dankt zijn naam aan de stichter Johan de Bruijn van Buijtenwech, heer van Nieuwkoop, Noorden en Achttienhoven. In 1648 en 1656 kocht Johan de Bruijn, die te boek stond als een zeer vermogend man, percelen grond aan het eind van de Prinsegracht. In eerste instantie liet hij daar te midden van de moestuintjes en bleekveldjes een klein buitenhuis bouwen, speelhuys genoemd. De omliggende tuin werd omsloten door een muur met een poort. In achtereenvolgende testamenten ontvouwde hij zijn plannen met de grondaankopen. Terstond na zijn overlijden diende een begin gemaakt worden met de bouw van “sessendartich woonhuysen voor arme ende behoeftige weduwen”. Als voorbeeld had hij het Hof van Wouw voor ogen, maar dan groter. En in zijn laatste wilsbeschikking van 1657, het jaar van zijn overlijden, liet hij nogmaals vastleggen dat het hofje bestemd was voor bewoning door oude vrouwen …“die gene die ’t meeste gebreck sal hebben sonder aansien van wat religie d’selve souden mogen wezen.” Na veel geruzie tussen de erven – de Bruijn van Buijtenwech stierf kinderloos – werd een jaar na zijn dood met de bouw gestart. Drie jaar zou deze duren. Pieter Post tekende voor het ontwerp, waarin het speelhuys als regentenhuis werd opgenomen. Uiteindelijk telde het hofje 62 woningen en daarmee behoort het tot de dag van vandaag tot de grootste van Nederland.

De bouwkosten waren voor die tijd astronomisch hoog: Zo’n 100.000 gulden. Na tien jaar (1672 Rampjaar!) moesten de regenten wegens budgettaire problemen een einde aan de gratis huisvesting maken.